Bij het opleggen van de boete en het vaststellen van de hoogte van de boete houdt het college rekening met:
de ernst van de gedraging;
de mate van verwijtbaarheid;
de omstandigheden waarin de inburgeringsplichtige verkeert.
Bij het beoordelen of er sprake is van verwijtbaarheid kunnen onder meer de volgende criteria een rol spelen:
de inburgeringsplichtige heeft zich verwijtbaar zodanig gedragen dat hij/zij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat dit gedrag tot gevolg zou hebben dat hij/zij het inburgeringsexamen niet zou behalen;
de inburgeringsplichtige heeft niet tijdig een cursus ingekocht die opleidt naar het vereiste niveau voor het inburgeringsexamen;
de inburgeringsplichtige heeft geen cursus gevolgd en/of afgerond;
de inburgeringsplichtige heeft geen examen afgelegd;
de inburgeringsplichtige heeft zich niet voldoende ingespannen. Dit kan worden aangetoond door rapportages van de taalaanbieder waaruit bijvoorbeeld een hoge afwezigheid en onvoldoende inzet van de inburgeringsplichtige blijkt.
Artikel 17
Het afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete/ rekening houdend met omstandigheden
Onderdeel van Beleidsregels Wet Inburgering Heemstede 2011