**1..** Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
van de aanvraag.
**2..** Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
verdagen.
**3..** In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.1A voor
zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste
lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht, artikel 2.1.5.2., artikel 2.1.5.3 of artikel
4.3.2.
Artikel 1.3 Indiening aanvraag
Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
behandelen.
Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen
vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid
genoemde termijn worden verlengd voor ten hoogste acht
weken.
Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen
1.Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
vergunning of ontheffing is vereist.
2 Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of
ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of
wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter
bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij
gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke
termijn;
indien de houder dit verzoekt.
Artikel 1.7 Termijnen
Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing
geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing
anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich
daartegen verzet.