Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
vergunning van de burgemeester.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de
burgemeester de vergunning indien de vestiging of
exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
geldend bestemmingsplan.
Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de
winkelactiviteit. Voor zowel de winkel als het
horecabedrijf gelden de sluitingstijden van de
Winkeltijdenwet.
Voorts geldt het eerste lid niet voor:
a.een horecabedrijf in zorginstellingen;
b.een horecabedrijf in musea.
b.Artikel 2.3.1.2a Aanvraag vergunning
Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in
artikel 2.3.1.2 moet een aanvraag worden ingediend aan
de hand van een door de burgemeester vast te stellen
formulier.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt
een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3
van de Drank- en Horecawet tevens gezien als een
aanvraag in de zin van artikel 2.3.1.2.
b.Artikel 2.3.1.3 Opheffing vergunningplicht
b.(vervallen)
b.Artikel 2.3.1.4 Sluitingstijden
Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
laten of te laten verblijven op maandag tot en met
vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00 uur.
Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
laten of te laten verblijven op zaterdag, zondag,
carnavalsmaandag en –dinsdag, Koninginnedag en de dag na
een officiële feestdag als bedoeld in het derde lid,
tussen 03.00 uur en 05.00 uur, alsmede tussen 02.00 uur
en 03.00 uur, met dien verstande dat het verbod voor de
tijd tussen 02.00 uur en 03.00 uur niet geldt voor
bezoekers die daarin reeds voor 02.00 uur aanwezig
waren.
Tweede Paasdag, Koninginnedag, hemelvaartsdag, tweede
pinksterdag en eerste en tweede kerstdag worden voor de
toepassing van het tweede lid aangemerkt als officiële
feestdag.
Bij de overgang van winter- naar zomertijd is het de
houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers
geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te
laten verblijven tussen 03.00 uur en 05.00 uur, met dien
verstande dat het verbod voor de tijd tussen 03.00 uur
en 04.00 uur niet geldt voor bezoekers die daarin reeds
voor 03.00 uur aanwezig waren.
In afwijking van lid 1 tot en met 4, is het de houder
van een horecabedrijf behorende bij een paracommerciële
instelling, stichting of vereniging verboden dit voor
bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
laten of te laten verblijven op maandag tot en met
vrijdag tussen 24.00 en 05.00 uur en op zaterdag en
zondag tussen 00.30 uur en 05.00 uur.
De burgemeester kan door middel van een
vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe
behorend terras.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
eerste lid en vijfde lid gestelde verbod.
Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften
van toepassing zijn.
b.Artikel 2.3.1.5 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke
sluiting
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor
een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de
krachtens artikel 2.3.1.4 geldende sluitingstijden
vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in
het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
artikel 13b van de Opiumwet.
b.Artikel 2.3.1.6 Aanwezigheid in gesloten
horecabedrijf
b.Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de
tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of ingevolge een
op grond van artikel 2.3.1.5 genomen besluit gesloten dient te
zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.
b.Artikel 2.3.1.7 Ordeverstoring
b.Het is verboden in een horecabedrijf de orde te
verstoren.
b.Artikel 2.3.1.8 Het college als bevoegd
bestuursorgaan
b.Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen
inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd
bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2.3.1.2 tot en met
2.3.1.5.
b.Paragraaf 2 Toezicht op
inrichtingen tot het verschaffen van
nachtverblijf
b.Artikel 2.3.2.1 Begripsomschrijvingen
b.In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in
de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
kamperen wordt verschaft;
houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel
daarin de feitelijke leiding heeft.
b.Artikel 2.3.2.2 Kennisgeving exploitatie
b.Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of
het houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie
dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
burgemeester.
b.Artikel 2.3.2.3 Nachtregister
b.De houder van een inrichting is verplicht een register, als
bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te
houden dat ingericht is volgens het door de burgemeester
vastgestelde model.
b.Artikel 2.3.2.4 Verschaffing gegevens nachtregister
b.Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die
inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres,
woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van
aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken.
b.Paragraaf 3 Toezicht op speelgelegenheden
b.Artikel 2.3.3.1 Speelgelegenheden
Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor
het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig
of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de
mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
worden gewonnen of verloren.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
een speelgelegenheid te exploiteren of te doen
exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:
speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
vergunning is verleend;
speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
verlenen;
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.
De burgemeester weigert de vergunning:
Indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
speelgelegenheid of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door
de exploitatie van de speelgelegenheid.
Indien de exploitatie van een speelgelegenheid
in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
b.Artikel 2.3.3.2 Speelautomaten
1.In dit artikel wordt verstaan onder:
b.a Wet: de Wet op de kansspelen
b.b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a,
van de Wet;
b.c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
c, van de Wet;
b.d hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
30, onder d, van de Wet;
b.e laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
30, onder e, van de Wet.
In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
toegestaan, waarvan maximaal twee
kansspelautomaten.
In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in
het geheel niet zijn toegestaan.
b.Paragraaf 4 Toezicht op smartshops, headshops,
growshops, belshops/ belwinkels en internetcafés.
b.Artikel 2.3.4.1 Begripsomschrijvingen
b.In deze paragraaf wordt verstaan onder:
smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één
van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
psychotrope stoffen
headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één
van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
attributen die samenhangen met het gebruik van
softdrugs, zoals pijpjes en vloeitjes
growshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één
van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
kweekbenodigdheden, zoals meststoffen,
bestrijdingsmiddelen, plantenvoeding, potgrond, lampen,
ventilatiesystemen en waterpompen, bedoeld of kennelijk
bedoeld voor de kweek van hennep, cannabis dan wel
soortgelijke planten
belshop of belwinkel: inrichting waarin de
hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd
door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch
berichtenverkeer, (internationaal) telefoonverkeer, dan
wel aanverwante diensten
internetcafé: inrichting waarin de hoofdactiviteit of
één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden
gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer
dan wel aanverwante diensten
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte
waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was of anders dan om niet handelingen
en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te
merken als het exploiteren van een smartshop, headshop,
growshop, belshop/ belwinkel of internetcafé;
exploitant: degene die een inrichting exploiteert;
b.Artikel 2.3.4.2 Nadere regels
Het college is bevoegd een gebied aan te wijzen
waarbinnen deze afdeling van toepassing is.
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot
het maximale aantal inrichtingen, al dan niet
categorisch, binnen het gebied.
b.Artikel 2.3.4.3 Vergunningplicht
Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder
vergunning van de burgemeester.
De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met
een door de burgemeester vastgesteld formulier.
De vergunning wordt alleen aan natuurlijke personen
verleend.
De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de
exploitant, is persoonsgebonden en kan niet worden
overgedragen.
b.Artikel 2.3.4.4 Weigeringsgronden
b.De vergunning kan worden geweigerd indien:
De exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
bereikt;
de exploitant binnen drie jaar voor de aanvraag een
inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van
(ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde,
dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet,
gesloten is geweest;
de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het
geldende bestemmingsplan;
de vestiging of exploitatie strijd oplevert met artikel
2.3.4.2, tweede lid;
naar het oordeel van de burgemeester moet worden
aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving
van de inrichting en/of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de
aanwezigheid van de inrichting;
b.Artikel 2.3.4.5 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke
sluiting
b.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of
meer inrichtingen, tijdelijk andere dan de voor de betreffende
inrichtingen geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijke
sluiting bevelen.
b.Artikel 2.3.4.6 Sluiting
b.De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor een
bepaalde termijn, gesloten verklaren indien:
de exploitant handelt in strijd met het bepaalde in de
artikelen 2.3.4.3, eerste lid, of 2.3.4.4, tweede
lid;
de exploitant handelt in strijd met de aan de vergunning
verbonden voorschriften.
b.Artikel 2.3.4.7 Aanwezigheid in gesloten
inrichting
Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting
ingevolge de reguliere sluitingstijden, of krachtens een
op grond van artikel 2.3.4.6 dan wel 2.3.4.7 genomen
besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn zich als
bezoeker daarin te bevinden.
Het is de exploitant verboden gedurende de tijd dat een
inrichting ingevolge de reguliere sluitingstijden, of
krachtens een op grond van artikel 2.3.4.6 dan wel
2.3.4.7 genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te
zijn, de inrichting voor bezoekers geopend te hebben of
daarin één of meer bezoekers toe te laten of te laten
verblijven.
b.Artikel 2.3.4.8 Intrekking vergunning
b.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning
ingetrokken indien:
de exploitatie van de inrichting door een andere dan de
in de vergunning genoemde exploitant wordt
overgenomen;
de exploitant niet of niet langer voldoet aan de bij of
krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b,
en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan
leidinggevenden gestelde eisen.
b.Artikel 2.3.4.9 Overgangsbepaling
Aan de exploitant van een inrichting die op de datum van
inwerkingtreding van dit artikel in bedrijf is, wordt
geacht een tijdelijke vergunning voor die inrichting te
zijn afgegeven voor de duur van twee maanden.
Wordt door de exploitant van een inrichting als bedoeld
in het eerste lid binnen een termijn van twee maanden na
de inwerkingtreding ingevolge artikel 2.3.4.3 vereiste
vergunning aangevraagd, dan wordt de tijdelijke
vergunning als bedoeld in het eerste lid geacht te zijn
verlengd tot het tijdstip waarop door het bevoegd orgaan
op de aanvraag is beslist.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.2
Exploitatievergunning horecabedrijf
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2007
Verwijzingen
- artikel 174 van de Gemeentewet
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 30
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 1
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 1
- Artikel 2
- artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- artikel 8
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 30
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- artikel 2
- artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht
- artikel 2
- artikel 30
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 1
- artikel 30
- artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 30c