De voorschriften 1.1.1., 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de
bijlage onder B van het Besluit gelden niet voor door het
college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
dagdelen.
Het voorschrift 1.5.1 van de bijlage onder B van het Besluit
geldt niet voor door het college per kalenderjaar aan te
wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
wijzen dagen of dagdelen.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede
lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt
in een of meer van de volgende delen: Gilze, Rijen, Hulten,
Molenschot
Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor
het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
eerste lid aanwijzen.
Artikel 4.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
Het is een inrichting toegestaan maximaal vier
incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden
waarbij de voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en
1.1.8 uit de bijlage onder B van het Besluit niet
van toepassing zijn mits de houder van de inrichting
ten minste vier weken voor de aanvang van de
festiviteit het college daarvan in kennis heeft
gesteld.
Het is een inrichting toegestaan maximaal vier
incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden
waarbij het voorschrift 1.5.1 uit de Bijlage onder B
van het Besluit niet van toepassing is mits de
houder van de inrichting ten minste twee weken voor
de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
kennis heeft gesteld.
Het college stelt een formulier vast voor het doen
van een kennisgeving.
De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn
gedaan wanneer het formulier, volledig en naar
waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats
op dat formulier vermeld.
De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan
wanneer het college op verzoek van de houder van een
inrichting een incidentele festiviteit, die
redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
toestaat.
Artikel 4.1.4 Verboden incidentele
festiviteiten
Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren,
toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen
indien de burgemeester het organiseren van een incidentele
festiviteit verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de
woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of
openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.
Artikel 4.1.5 Overige geluidhinder
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van
de Wet milieubeheer toestellen of geluidsapparaten
in werking te hebben of handelingen te verrichten op
een zodanige wijze dat voor een omwonende of
overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
veroorzaakt.
Het college kan van het verbod ontheffing
verlenen.
Het verbod geldt niet, voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
2.4.16, de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het
Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening
Noord-Brabant.
Artikel 4.1.7a Geluidhinder door bromfietsen
e.d.
Het is verboden zich met een motorvoertuig of een
bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een
omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
ontstaat.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
voor zover de Wet milieubeheer van toepassing
is.
Artikel 4.1.7b Geluidhinder door vrachtauto’s
Het is verboden een vrachtauto als bedoeld in
artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels
en verkeerstekens op zodanige wijze te laden of te
lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens
voor de omgeving geluidhinder wordt
veroorzaakt.
Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
ontheffing verlenen.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
voor zover de Wet milieubeheer van toepassing
is.
Afdeling 2: Bodem-, weg- en
milieuverontreinigingArtikel 4.2.1
Straatvegen
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst
aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig
ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij
aangeduide tijdsperiode. Artikel 4.2.2 Natuurlijke
behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de
weg zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor
bestemde inrichting of plaats. Artikel 4.2.3 Toestand
van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten
buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die
gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de
gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of
voor anderen.
Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en
stankoverlast
Artikel 4.4.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
afvalstoffen enz.
1.Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de
gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een of
meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen of stoffen
op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben, anders dan met
inachtneming van de door hen gestelde regels:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen,
indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt
voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel
doel;
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;
2.In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.
3.Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een door
haar aangeduid voorwerp of stof:
a.op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben;
b.op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met
inachtneming van de door haar gestelde regels.
4.Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
Ordening of de Provinciale Verordening Noord-Brabant.
3.Artikel 4.4.1a Stankoverlast door gebruik van meststoffen
1.Dit artikel verstaat onder:
a.meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
Meststoffenwet;
b.emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de wijze die is
aangegeven in de bij het Besluit gebruik meststoffen behorende
bijlage II, met dien verstande echter dat onder 3, punt a onder 2e
gelezen moet worden: 'tijdens het uitrijden van de mest deze
gelijktijdig wordt ondergewerkt';
c.grond: bouwland, maïsland en grasland.
2.Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te brengen, te
doen uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag, zondag en op de
volgende feest en gedenkdagen: nieuwjaarsdag, de eerste en tweede
Paasdag, de eerste en tweede Pinksterdag, Hemelvaartsdag, de eerste
en tweede Kerstdag, 5 mei en de dagen waarop de verjaardag van de
koningin en de burgemeester worden gevierd.
3.Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
voorzover de mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel, wordt
aangewend.
4.Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
gestelde verboden.
5.Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in
volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
verkeren.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4.1.2
Aanwijzing collectieve festiviteiten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2007