**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
**a..** boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van
minimaal 10 centimeter op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld.
In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de
dikste stam.
**b..** houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen, dan wel
een houtopstand zoals vermeld in bijlage A;
**c..** hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld opnieuw op de
stronk uitlopen;
**d..** dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
houtopstand;
**e..** bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;
**f..** iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
Moreau);
**g..** iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
behorende tot de soorten, Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4.3.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2007