Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.23

Agrarisch gebied

Onderdeel van Welstandsnota 2004

<vet>Bebouwing en omgeving</vet>Het gebied bevindt zich aan de oostkant van de van de bebouwde kom. Het gebied wordt omsloten door het Urkerbos, de Zuidermeertocht en de wegen Vormtweg, Staartweg, Urkerdwarspad, Urkerweg, Karel Doormanweg en Domineesweg. Het maakt onderdeel uit van het Belvederegebied Noordoostpolder-Urk structuur en kwaliteit zijn vastgelegd in de Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk . De standaard agrarische kavel aan 300 x 800 meter vormt de primaire bouwsteen van de polder. Kenmerkend voor het gebied zijnde agrarische bouwpercelen die zijn voorzien van karakteristieke erfbeplanting. De agrarische erfbebouwing kenmerkt zich door de eenheid in bebouwingsstijl en de indeling van de erven. In het algemeen zijn de bouw- percelen met twee of vier gegroepeerd langs de wegen omgeven door dichte erfbeplanting en met karakteristieke erfpalen. Arbeiderswoningen staan verspreid in groepjes van twee, drie of vier en hebben ook omringende beplanting. Op langere termijn zat de agrarische functie in het gebied nagenoeg verdwijnen. Het gebied is aangemerkt aIs te ontwikkelen stedelijk gebied. Daarnaast kan het aansluitende natuurgebied worden ontwikkeld.<vet>Bebouwing op zich</vet>In de Noordoostpolder werden verschillende boerderijtypen toegepast. De woningen van de boerderijen binnen het agrarisch gebied zijn opgetrokken in traditioneel metselwerk en de schuur vaak in montagebouw. Er zijn vrijstaande woningen met een tussenlid verbonden aan de schuur en aan de wegzijde aangebouwde woningen met dezelfde kapvorm als de schuur. De arbeiderswoningen zijn voorzien van langskappen en vaak naar de ontsluitingsweg georiënteerd. Door de eenvoudige hoofdmassa’s en de eenheid in kapvorm is er sprake van een rustig bebouwingsbeeld. De balans in de bouwblokken uit zich in de regelmaat van de gevels die wordt ondersteund door de schoorstenen op het dak. De indeling van de gevels is duidelijk herkenbaar. De rood gedekte kappen van de boerderijen en arbeiderswoningen geven door de gelijkvormigheid een karakteristiek beeld. Typerend voor de architectuur is de horizontale massaopbouw. Dakkapellen bevinden zich bij de arbeiderswoningen zowel in het voor als in het achterdakvlak. De architectuur en uitstraling van de verschillende panden zijn nagenoeg gelijk. Uitbreidingen zijn vaak uitgevoerd in een tijdgebonden architectuur, die nogal afwijkt van de oorspronkelijke. Bij ontwikkelingen is het oorspronkelijke concept uitgangspunt.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>De oorspronkelijke woningen zijn herkennen aan de hard grauwe baksteen en rode dakpannen. Kenmerkend zijn de detailleringen van goot en entree. De bedrijfspanden zijn of in baksteen of montagebouw uitgevoerd. De eigen identiteit speelt daarbij voor de herkenbaarheid een grote rol. Het bestaande kleur-, materiaalgebruik en detaillering is voor deze samenhang bepalend.<vet>Criteria</vet>De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:<vet>Bebouwing en omgeving</vet>•Voor de situering van do bebouwingsmassa dient rekening te worden gehouden met de steden- bouwkundige structuur waarin het karakter van het gebied tot uitdrukking komt. •De architectonische identiteit binnen de groensingels van de individuele kavels dient behouden te blijven. •De bestaande oriëntatie van de bebouwing qua bezonning en ligging dient te worden gehandhaafd. Veranderingen kunnen niet individueel plaatsvinden, maar altijd in onderlinge samenhang. <vet>Bebouwing op zich</vet>•De gevelopbouw, -indelingen de herhaling van de samenstellende elementen zijn uitgangspunt bij veranderingen, aanpassingen en toevoegingen. •De huidige hoofdvorm is maatgevend voor de architectonische eenheid. •De dakvlakken dienen zelfstandig herkenbaar te blijven. •Dakkapellen dienen in het dakvlak te staan. •Aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa. <vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>•Het bestaande kleur- en materiaalgebruik is bepalend voor de bebouwing en draagt wezenlijk bij aan de expressiviteit en is uitgangspunt voor wijzigingen. •Bij detaillering dient te worden uitgegaan van het oorspronkelijke ontwerp.

Rechtspraak bij dit artikel