<vet>Omschrijving en uitgangspunten</vet>Het gaat hier uw antennes die van wezenlijk belang zijn voor het kunnen zenden en/of ontvangen van radio-, televisie- en andere communicatie- signalen. Onder spriet- of staafantennemast worden niet begrepen calamiteitensirenes en antenne-installaties ten behoeve van mobiele telefonie. Antennes kenmerken zich door een zeer eigen technische vormgeving die vooral aan de voorzijde storend kan zijn vuur het straatbeeld. De gemeente streeft dan nok naar plaatsing van antennes achter het hoofdgebouw, in ieder geval Onzichtbaar vanaf de weg of openbaar groen.Antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of aan een bouwwerk worden aangebracht. Een antenne dient een ondergeschikt element te blijven ten opzichte van de omringende bebouwing. Als losse toevoeging kunnen ze storend merken op het uiterlijk van een gebouw. Met name de hoogte, de bouwkundige uitwerking en detaillering van antennes mogen geen zwaar stempel op de omgeving drukken. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Het heeft de voorkeur een antenne achter het hoofdgebouw en in ieder geval achter de voorgevel- lijn te plaatsen. Daarnaast is de maatvoering en een zorgvuldige kleurkeuze van belang. De antenne dient altijd ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw of het erf waarop deze geplaatst wordt en in ieder geval niet de boventoon te voeren.<vet>Welstandscriteria voor spriet-, staaf- en schotelantennes </vet>Een spriet-, staaf- of schotelantenne is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een spriet-, staaf- of schotelantenne niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stadsof dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.<vet>algemeen:</vet>•De antenne voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar de antenne geplaatst gaat worden.<vet>plaatsing en aantal</vet>:•Antennes bij voorkeur aan een achtergevel bevestigen, in ieder geval achter de voorgevellijn geplaatst. •Niet aangebracht aan monumenten of beeldbepalende panden. Bij gestapelde woningbouw op het platte dak. •Bij gestapelde woningbouw op of aan het balkon geplaatst binnen het verticale en horizontale vlak van het balkon en niet aan de gevel of kozijn. •Maximaal één spriet-, staaf- of schotelantenne aan, op of bij een woning/pand.<vet>maatvoering</vet>:•Hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing op erf maximaal 5.00 meter. •Hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing aan gevel binnen bijzondere beeldbepalende gebieden zoals een dorpskern of centrumgebied maximaal 3.00 meter vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak. •Hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing aan gevel binnen overige gebieden zoals een bedrijventerrein , sportcomplex of woonwijk maximaal 5.00 meter vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak. •Hoogte schotelantenne maximaal 3.00 meter gemeten vanaf de voet van de antenne(drager). •Doorsnede schotel maximaal 2.00 meter. <vet>vormgeving:</vet>•Antenne en bijbehorende voorzieningen (mast, bedrading, tuidraden etc.) als één geheel vormgeven. •Indien zichtbaar vanaf de weg of het openbaar groen zo onzichtbaar mogelijk (een minimum aan dwarssprieten kan hiertoe bijdragen), •Beperken van aantal tuidraden; bij bevestiging aan gevel geen tuidraden (stabiliteit wordt behaald uit de bevestiging aan de gevel).<vet>materiaal en kleurgebruik:</vet>•Materiaal en kleur onopvallend en aanvaardbaar is relatie tot de geen felle, contrasterende kleuren maar antraciet of donkar grijs.