Naar hoofdinhoud

Artikel 17.4

Artikel 17.4

Onderdeel van Uitvoeringsregeling opleidings- en ontwikkelingsfaciliteiten

1.. Vergoeding van kosten op grond van artikel 17:1:1:3 wordt eerst gegeven, nadat de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard dat hij uit dien hoofde genoten bedragen zal terugbetalen, indien: hij de opleiding en ontwikkelingsactiviteiten waarvoor de vergoeding is verleend, beëindigt voor dat de in artikel 17:1:1:1 bedoelde termijn is verstreken, zonder dat de opleiding en ontwikkelingsactiviteiten tot het behalen van een diploma! certificaat hebben geleid; indien de ambtenaar de in artikel 17:1:1:2 bedoelde opgelegde verplichting niet nakomt; de ambtenaar op eigen verzoek of ten gevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen voor het einde van de opleiding en ontwikkelingsactiviteiten waarvoor vergoeding is toegekend of binnen twee jaar na het behalen van het voor de betreffende opleiding en ontwikkelingsactiviteiten geldende diploma/certificaat; de ambtenaar op eigen verzoek of ten gevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen binnen twee jaar na het beëindigen van de opleiding en ontwikkelingsactiviteiten zonder dat het door hem na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 17:1:1:1 afgelegde examen, toets, tentamen tot het behalen van een diploma heeft geleid. 2.. De terugbetalingsverplichting op grond van het gestelde in het eerste lid, onder a, van dit artikel vervalt, indien voortzetting van de opleiding en ontwikkelingsactiviteiten niet kan worden verlangd vanwege omstandigheden die in alle redelijkheid niet aan de ambtenaar zijn toe te rekenen. Geen terugbetaling op grond van het gestelde in het eerste lid onder c. en d, behoeft te geschieden, indien de ambtenaar aansluitend aan zijn ontslag een betrekking aanvaardt, waaraan het deelnemerschap van het pensioenreglement is verbonden. 3.. Het bedrag gemoeid met de terugbetalingsverplichting, op grond van het gestelde in het eerste lid, wordt berekend over het geheel van alle in de betreffende jaren, in het kader van het persoonlijk ontwikkelingsplan, toegekende bedragen. 4.. Indien op de datum van ingang van het ontslag van de in het eerste lid, onder c. en d, bedoelde termijn van twee jaren, tenminste één jaar is verstreken, blijft de verplichting tot terugbetaling beperkt tot 1/24 deel van de op grond van lid 3 berekende bedragen, voor iedere volle kalendermaand die aan de termijn van twee jaar ontbreekt. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen de ambtenaar op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, ontheffen van de op hem rustende verplichting tot terugbetaling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel