Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 8

Periode van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Urk

1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald vindt de verlaging van de bijstand plaats:a. voor de duur van een kalendermaand, wanneer sprake is van een eerste verwijtbare gedraging;b. voor de duur van twee kalendermaanden, wanneer binnen een periode van 12 maanden opnieuw sprake is van een gedraging die leidt tot een verlaging gelijk aan of hoger dan de eerder toegepaste verlaging.c. Indien de belanghebbende zich, binnen vierentwintig maanden nadat een tweede verlaging als bedoeld in onderdeel b wederom schuldig maakt aan een gedraging die leidt tot verlaging gelijk aan of hoger dan de eerste verlaging als genoemd in lid 1 onderdeel a, wordt de hoogte van de verlaging individueel bepaald, rekening houdend met alle van belang zijnde omstandigheden. 2. Met een besluit waarmee de bijstand is verlaagd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid. 3. De recidivetermijn als bedoeld in lid 1 onderdeel b en c vangt aan op de datum waarop het besluit dat een verlaging wordt toegepast of dat van een verlaging wordt afgezien wegens dringende redenen, aan belanghebbende bekend is gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel