Naar hoofdinhoud
1. Bij ziekte van de buitengewoon ambtenaar zijn de artikelen 7:2 (recht op bezoldiging bij ziekte), 7:4 (samenloop van bezoldiging bij ziekte met arbeidsongeschiktheidsuitkering), 7:5 (passende arbeid) en 7:6 (gangbare arbeid) van de CAR/UWO van overeenkomstige toepassing voor zover de buitengewoon ambtenaar niet in het bezit is van een (vervroegde) pensioenuitkering. 2. Voor toepassing van lid 1 wordt onder bezoldiging verstaan: de gemiddelde vergoeding over de 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het ziekteverzuim.

Rechtspraak bij dit artikel