Naar hoofdinhoud
1.. De functiedeskundige stelt na overleg met de directeur en de door hem/haar daarvoor aangewezen betrokkenen, een gewijzigd en/of nieuw conceptfunctieprofielbeschrjving op volgens een vastgesteld uniform model. 2.. De conceptfunctieprofielbeschrijving wordt door de afdelingsmanager aan de betrokken medewerker(s) ter inzage gegeven. Deze tekent voor gezien en kan desgewenst en gedurende twee weken zijn reactie schriftelijk kenbaar maken aan respectievelijk de afdelingsmanager en de directeur. De reactie wordt ter informatie bij de conceptfunctieprofielbeschrijving gevoegd. De conceptfunctieprofielbeschrijving wordt door de afdelingsmanager voor akkoord getekend en vastgesteld door de directeur. 3.. Indien de in het tweede lid genoemde personen (medewerker en afdelingsmanager) van mening verschillen over één of meer onderdelen van de conceptfunctieprofielbeschrjving worden de onderdelen waarover verschil van mening bestaat en door de medewerker ingebracht door middel van de in het tweede lid genoemde reactie, voorgelegd aan de directeur. De directeur neemt vervolgens een besluit en maakt dit besluit bekend. 4.. De conceptfunctieprofielbeschrijving(en) van de afdelingsmanagers en de directie worden opgesteld aan de hand van een gesprek met respectievelijk de directie en het college eveneens voorafgegaan door een gesprek met de afdelingsmanagers respectievelijk de directie. Voor de inhoud van deze laatstgenoemde functieprofielbeschrijvingen is het college verantwoordelijk en stelt deze als zodanig vast. 5.. De vastgestelde functieprofielen worden door de functiedeskundige van een conceptfunctiewaarderingsadvies voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel