Naar hoofdinhoud
1. Geen onderzoek naar de klacht over een handeling of een gedraging wordt ingesteld indien: a.de aangelegenheid behoort tot het algemeen gemeentelijk belang; b.het algemeen verbindende voorschriften betreft; c.ten aanzien van de gedraging of handeling nog een wettelijke geregelde administratiefrechtelijke voorziening open staat of ingevolge een zodanige voorziening een procedure aanhangig is; d.ten aanzien van de gedraging of handeling, anders dan ingevolge een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening, een procedure bij een rechtelijke instantie aanhangig is, danwel beroep open staat tegen een uitspraak die in een zodanige procedure is gedaan; e.ten aanzien van de gedraging of handeling ingevolge een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening door een rechterlijke instantie uitspraak is gedaan. 2. 2.Een onderzoek naar een klacht over een gedraging of handeling behoeft niet te worden ingesteld indien: a.op het moment van de indiening van de klacht acht weken zijn verstreken na de betreffende gedraging; b.de klacht kennelijk ongegrond is, c.het belang van de klager of het gewicht van de handeling of gedraging kennelijk onvoldoende is; d.de klager een ander is dan degene ten opzichte van wie de gedraging heeft plaatsgevonden. e.over de klacht dan wel de gedraging of handeling reeds een oordeel is uitgesproken; f.ten aanzien van de gedraging of de handeling voor de klager een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening heeft opengestaan en daarvan door de klager geen gebruik is gemaakt. g.ten aanzien van de gedraging of handeling anders dan ingevolge een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening door een rechtelijke instantie uitspraak is gedaan; h.ten aanzien van een gedraging of handeling, die nauw samenhangt met het onderwerp van de klacht een procedure aanhangig is bij een rechtelijke instantie, danwel ingevolge een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening bij een andere instantie; i.ten aanzien van de gedraging of handeling, die nauw samenhangt met het onderwerp van de klacht een procedure in het kader van de opsporing van strafbare feiten aanhangig is. 3. Indien op grond van de vorige leden geen onderzoek wordt ingesteld, doet de klachtenfunctionaris daarvan terstond schriftelijk en gemotiveerd mededeling aan de klager en de betrokken bestuurder dan wel ambtenaar, alsmede aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel