Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Verordening Algemene begraafplaats 2008

De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt door de beheerder van de begraafplaats, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening en in overleg met de aanvrager. Tot de begraving of bijzetting wordt niet eerder overgegaan dan nadat: de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 13 en 14 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht aan het personeel van de begraafplaats heeft verleend; alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het personeel van de begraafplaats de identiteit van het stoffelijk overschot heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de levenloosgeborene bevat. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

Rechtspraak bij dit artikel