Naar hoofdinhoud

Artikel 24

Ruiming en opgraving

Onderdeel van Verordening Algemene begraafplaats 2008

1.. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken, worden begraven of verstrooid op een door het bestuursorgaan aangewezen gedeelte van de begraafplaats. 2.. Het bestuursorgaan kan de rechthebbende op een huurgraf of huururnengraf toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die zich bevinden in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen begraven, hetzij in hetzelfde graf, hetzij in een ander graf. Een verzoek hiertoe dient schriftelijk te worden ingediend. De rechthebbende op een urnennis kan de beheerder vragen deze ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien. 3.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. 4.. Het is niet toegestaan dat bij het opgraven van lijken en het ruimen van graven andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden belast zijn.

Rechtspraak bij dit artikel