Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Voorlopige aanslag toeristenbelasting

Onderdeel van Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen

1.. De heffingsambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van al opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. 2.. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan voor de toeristenbelasting geschieden op grond van 90% van het aantal overnachtingen waarop de definitieve aanslag van het voorgaande belastingjaar is gebaseerd. Dit met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening kan worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke belasting alsmede met andere wijzigingen die voor de heffing van de gemeentelijke belasting van belang kunnen zijn. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag;

Rechtspraak bij dit artikel