Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 3.7

Verplichtingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008

1.. Bij de verlening van een PGB worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd: de budgethouder gebruikt het PGB uitsluitend voor betaling van een huishoudelijke voorziening en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten; de huishoudelijke voorziening die de budgethouder inkoopt, is een adequate voorziening en kwalitatief verantwoord; de budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de persoon of instantie bij wie hij de huishoudelijke voorziening betrekt waarin ten minste de volgende afspraken zijn opgenomen:1.declaraties voor de huishoudelijke voorziening worden niet betaald indien zij niet binnen zes weken na de maand waarin de zorg is verleend bij de budgethouder zijn ingediend;2.een declaratie van een persoon bij wie de budgethouder de huishoudelijke voorziening betrekt bevat een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, het sociaal-fiscaal nummer en de naam en het adres van de persoon bij wie de budgethouder de huishoudelijke voorziening betrekt, en wordt door deze persoon ondertekend;3.een declaratie van een instantie bij wie de budgethouder de huishoudelijke voorziening betrekt, bevat het btw-nummer van die instantie, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het tarief, het aantal te betalen uren, dagdelen of etmalen en de naam en het adres van de instantie, en wordt namens de instantie ondertekend; de budgethouder bewaart de in onderdeel c bedoelde overeenkomsten en declaraties gedurende zeven jaren en stelt deze, desgevraagd, ter beschikking van het college; de budgethouder legt binnen zes weken na het einde van ieder kwartaal door middel van invulling van een daartoe aan het eind van ieder kwartaal door het college verstrekt formulier aan het college verantwoording af over het gebruik van de in dat kwartaal verleende voorschotten en eventuele eerder verleende voorschotten voor zover deze nog niet voor betalingen als bedoeld in lid 1 onderdeel a waren gebruikt; bij de verantwoording over het laatste kwartaal van een kalenderjaar of, in het kalenderjaar waarin de budgetperiode eindigt het laatste kwartaal in de budgetperiode, voegt de budgethouder per persoon of instantie bij wie hij de huishoudelijke voorziening betrekt - een door het college verstrekt formulier waarop hij naam, adres en sociaal-fiscaal nummer van de persoon respectievelijk naam, adres en btw-nummer van de instantie heeft aangetekend, alsmede het in dat kalenderjaar aan die persoon of die instantie betaalde bedrag; de budgethouder deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verlening van het PGB. 2.. Lid 1, onderdeel f, is niet van toepassing indien de budgethouder verplicht is tot loonheffing. 3.. Het college controleert steekproefsgewijs of de formulieren, bedoeld in lid 1, onderdelen e en f, naar waarheid zijn ingevuld.

Rechtspraak bij dit artikel