Het college weigert een voorziening genoemd in artikel 4.1 indien:
de beperking of het probleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
voor zover de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw;
er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de beperking of het probleem en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van woning;
de beperking of het probleem niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning wordt begrepen) worden ondervonden;
de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist vanuit een woning waarin en waaromheen hij in staat is zich te verplaatsen, tenzij er een voor het college aanvaardbare reden voor de verhuizing bestaat;
de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing of de acceptatie van de nieuwe woning heeft plaatsgevonden voordat het college een besluit heeft genomen naar aanleiding van de aanvraag, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor die verhuizing of die acceptatie;
de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college voor de verhuizing schriftelijk toestemming heeft verleend;
de aanvraag verband houdt met een verhuizing door een ondersteuningsbehoevende die voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist vanuit en naar een woning die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden;
de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist naar een AWBZ-instelling;
de aanvraag betrekking heeft op een verhuizing naar een AWBZ-instelling, hotel/pension, trekkerswoonwagen, recreatiewoning, vakantiewoning, tweede woning, klooster of kamer in onderverhuur;
de kosten van de voorziening gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 45.378,00, tenzij weigering van die voorziening - gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen - zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
<vet>Paragraaf 2 -Het recht op een woonvoorziening</vet>
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1
Artikel 4.6
Beperkingen en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008