Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 1

Artikel 6.4

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008

1.. Een ondersteuningsbehoevende kan eerst dan voor een voorziening genoemd in artikel 6.1 in aanmerking worden gebracht, wanneer hij door zijn beperking of probleem niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken of te gebruiken. 2.. De verlening van de voorziening genoemd in artikel 6.1, onderdeel a, zonodig in combinatie met andere in artikel 6.1 genoemde voorzieningen, heeft voorrang. 3.. Een ondersteuningsbehoevende kan eerst dan voor een voorziening genoemd in artikel 6.1, onderdeel h, in aanmerking worden gebracht indien hij slechts honderd meter kan lopen en hij niet in staat is gebruik te maken van een al dan niet speciaal uitgevoerde fiets. 4.. Bij de verlening van de voorzieningen genoemd in artikel 6.1 onderdelen b tot en met j kan rekening worden gehouden met: de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsbehoevende; de mate waarin de voorziening genoemd in artikel 6.1, onderdeel a, in de individuele vervoersbehoefte kan voorzien; en de mate waarin de vervoersbehoeften van echtgenoten samenvallen. 5.. De ondersteuningsbehoevende kan alleen in aanmerking komen voor de voorzieningen genoemd in artikel 6.1, onderdeel a, b, en c, respectievelijk de voorziening genoemd in artikel 6.1, onderdeel f, met uitzondering van de eventuele autoaanpassing, bij een actueel inkomen onder 1,5 maal het norminkomen. 6.. Een ondersteuningsbehoevende kan voor een voorziening genoemd in artikel 6.1, onderdeel i, in aanmerking worden gebracht, indien hij zonder deze voorziening onvoldoende in staat is aan het verkeer deel te nemen met een op grond van deze verordening verleende scootmobiel of gesloten buitenwagen.<vet>Paragraaf 3 Financiële tegemoetkoming bij vervoersvoorzieningen voor een periode</vet>

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel