Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Ontslag en non-activiteit

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

1.. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief. 2.. Het lidmaatschap van een raadslid eindigt:-  op eigen verzoek;-  indien het lid aftreedt als lid van de raad;-  indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is    de functie van commissielid te vervullen. 3.. Het lidmaatschap van de externe voorzitter eindigt:-  op eigen verzoek;-  bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is    met het lidmaatschap van de commissie;-  wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk    een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming    tot gevolg heeft;-  indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard,    surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is    gegijzeld;-  indien de raad het vertrouwen in de voorzitter opzegt;-  indien de commissie door de raad wordt opgeheven. 4.. De voorzitter van de commissie kan door de raad worden ontslagen wanneer hij/zij door ziekte, gebreken of om andere redenen blijvend ongeschikt is zijn/haar functie te vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel