Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 8

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Verordening tijdelijke regels aanscherping Wet werk en bijstand 2012

1.. In het beleidsplan, als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden, evenals de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2.. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, aan de voorziening nadere verplichtingen verbinden. 3.. Een voorziening is niet bij uitsluiting gericht op de directe toe leiding naar algemeen geaccepteerde arbeid, maar kan ook gericht zijn op sociale activering als bedoeld in artikel 6 onder c van de wet; 4.. Activiteiten verricht door of namens de eigen gemeentelijke organisatie worden ook aangemerkt als voorziening als bedoeld in de wet en deze verordening, voor zover die activiteiten gericht zijn op re-integratie en in ieder geval niet bestaan uit: - Het verrichten van taken die in het algemeen moeten worden aangemerkt als reguliere door een gemeente te verrichten taken die voortvloeien uit de uitvoering van de wet; - bepalen van de noodzaak van een re-integratievoorziening voor een individuele   uitkeringsgerechtigde; 5.. Het college stelt nadere regels ten aanzien van het aanmerken van een voorziening daar waar het gaat om door of namens de eigen gemeentelijke organisatie verrichte activiteiten en de berekening van de daarmee gemoeid gaande en ten laste van het werkdeel te brengen kosten; 6.. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 18 nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op: - de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; - de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; - de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling; - de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies; - de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; - het vragen van een eigen bijdrage; - overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. 7.. Het college kan een voorziening beëindigen indien: a. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening niet nakomt; b. de belanghebbende die aan een voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; c. de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij   geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling van de belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel