Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 22

Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007

1.. Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. 2.. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. 3.. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie - als raadslid of wethouder;- uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke   of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling   die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; - als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie   of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in   belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4.. De raad, voor zover het gaat om een door de raad ingestelde commissie en het college, voor zover het gaat om een door het college ingestelde commissie, kunnen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 600 % van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van - een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige   deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar   werkzaamheden is aangetrokken, en - een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan   worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de   omvang van de door hem te verrichten arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel