Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Het opleggen van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2011

1.. Indien de belanghebbende naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ of een op grond van hoofdstuk II IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting schendt, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd, of wordt het recht op uitkering (deels) blijvend geweigerd. Daarnaast wordt tevens een verlaging opgelegd indien belanghebbende onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich jegens het college zich zeer ernstig misdraagt. 2.. Het eerste lid is gelijkelijk van toepassing op de belanghebbende die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij de op basis van artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende verplichtingen schendt. 3.. Een verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel