a. mandaat: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan besluiten te nemen.
b. volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
c. machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
d. mandaatgever/mandans: het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke wettelijke bevoegdheid heeft en deze mandateert aan een ambtenaar.
e. gemandateerde/mandataris: de ambtenaar aan wie het mandaat wordt verleend.
f. mandaatoverzicht: een overzicht van door de mandaatgever aan de gemandateerde opgedragen bevoegdheden.