**1.** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2.74, 2.74a en
2.74b een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod
genoemd tijdvak van ten hoogste 24 uur te bevinden op in dat
verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de
genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.
**2.** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het
opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij zich
wederom gedraagt met de in het eerste lid genoemde artikelen,
een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
tijdvak van ten hoogste veertien dagen te bevinden op in dat
verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de
genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.
**3.** De burgemeester beperkt het in het eerste of tweede lid genoemde
verbod, indien dit in verband met de persoonlijke omstandigheden
van degene voor wie het verbod geldt noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 14
Artikel 2.74c
Verblijfsontzegging in verband met drugs
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Urk 2008