Het college kan, naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:25
en artikel 4:35 van de Awb, tevens de subsidie geheel of
gedeeltelijk weigeren wanneer:
de subsidieaanvraag niet past binnen het gestelde van
artikel 5 van deze verordening;
de activiteiten een partij-politieke vorming betreffen;
de aanvrager naar het oordeel van het collegeook
zonder de aangevraagde subsidieverstrekking over voldoende
gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
dekken;
de activiteiten niet de belangen van de gemeente en haar
inwoners dienen;
de activiteiten niet voor iedere inwoner van de gemeente
toegankelijk zijn of de activiteiten geen neutraal karakter
hebben of niet in een kennelijke behoefte voorzien;
de subsidieverstrekking niet past binnen het vastgestelde
beleid van de gemeente of de activiteiten binnen dat beleid
onvoldoende prioriteit hebben;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
ontplooien die in strijd zijn met de wet, de openbare orde
of de in de gemeente algemeen geldende normen en
waarden;
de kosten onevenredig hoog zijn in verhouding tot de te
leveren prestaties en/of de te bereiken doelgroep;
i. De aanvrager niet in staat is aan te tonen over voldoende
kwaliteit en organisatiekracht te beschikken om geplande
activiteiten te kunnen realiseren.
Titeldeel 2 › Paragraaf 1
Artikel 11
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Urk 2012