Naar hoofdinhoud

Titeldeel 2 › Paragraaf 2

Artikel 15

Verantwoording subsidie

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Urk 2012

1.. De subsidieontvanger dient, uiterlijk zes maanden na afloop van het subsidietijdvak of de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling in bij het college. 2.. De aanvraag tot vaststelling bevat: Een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht. Een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel jaarverslag of jaarrekening) Wanneer de subsidie hoger is dan € 10.000 dan dient een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop overlegd te worden. Een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien de verstrekte subsidie meer dan € 25.000,00 (prijspeil 2012)bedraagt. 3.. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd. 4.. Indien de subsidieaanvrager niet binnen de in het eerste lid van dit artikel bedoelde indieningstermijn een aanvraag tot subsidievaststelling heeft ingediend, kan het college na drie maanden, gerekend vanaf het verstrijken van deze indieningstermijn, de subsidie ambtshalve vaststellen. 5.. Het college kan in uitzonderlijke gevallen bepalen dat later ingediende aanvragen toch in behandeling worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel