**1..** De subsidieontvanger dient, uiterlijk zes maanden na afloop van
het subsidietijdvak of de beëindiging van de activiteiten
waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling in
bij het college.
**2..** De aanvraag tot vaststelling bevat:
Een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de
activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn
verricht.
Een overzicht van de activiteiten en de hieraan
verbonden uitgaven en inkomsten (financieel jaarverslag
of jaarrekening)
Wanneer de subsidie hoger is dan € 10.000 dan dient een
balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
toelichting daarop overlegd te worden.
Een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393 van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien de verstrekte
subsidie meer dan € 25.000,00 (prijspeil
2012)bedraagt.
**3..** Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling
van belang zijn, worden overlegd.
**4..** Indien de subsidieaanvrager niet binnen de in het eerste lid van
dit artikel bedoelde indieningstermijn een aanvraag tot
subsidievaststelling heeft ingediend, kan het college na drie
maanden, gerekend vanaf het verstrijken van deze
indieningstermijn, de subsidie ambtshalve vaststellen.
**5..** Het college kan in uitzonderlijke gevallen bepalen dat later
ingediende aanvragen toch in behandeling worden genomen.
Titeldeel 2 › Paragraaf 2
Artikel 15
Verantwoording subsidie
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Urk 2012