Het bevoegd gezag kan ertoe overgaan om de ontheffing in te trekken:a.Indien blijkt dat zij de ontheffing ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave hebben verleend; b.Indien word gehandeld in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen; c.Indien sprake is van misbruik van de ontheffingen ex artikel 150, lid 2 Wvw; d.Indien de ontheffinghouder van het motorvoertuig overlast veroorzaakt; e.Indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist en verleend; f.Indien de ontheffinghouder daartoe een verzoek indient; g.Bij verhuizing buiten het gebied dan wel bij bedrijfsbeëindiging.
Gelijktijdig met het intrekken van de ontheffing wordt de handzender ingenomen.
Artikel 10