Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Voorschriften

Onderdeel van Beleidsregel wonen en werken aan huis gemeente Urk 2008

Aan huisgebonden beroepen en (kleinschalige) bedrijfsmatige activiteiten zijn in overeenstemming met de woonfunctie en mogen geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren c.q. geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de buurt. Hiertoe gelden de volgende voorwaarden en bepalingen: De woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Het gebruik past qua aard, omvang en ruimtelijke uitstraling -naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders- in de woonomgeving en mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Het beroep/bedrijf mag uitsluitend worden uitgeoefend in de woning (hoofdgebouw) en niet in een vrijstaand, afzonderlijk gelegen gebouw dat geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw. Het beroep/bedrijf dient door in ieder geval één bewoner van de woning te worden uitgeoefend. Er mogen maximaal twee werkplekken zijn. Afhankelijk van de grootte en indeling mag van de begane grondvloeroppervlakte ten hoogste 30% worden gebruikt met een maximum van 45 m2. Het beroep/bedrijf mag uitsluitend worden uitgeoefend indien geen vergunningen/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer en/of andere milieuwetgeving van toepassing is. Dit betekent dat het activiteiten betreft die passen binnen categorie 1 van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering”. Verkoop van bedrijfsgerelateerde detailhandelproducten aan bezoekers is toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze beperkt is tot maximaal 10% van de totale bedrijfsomzet. Vormen van horeca en auto-, motor- en bromfietsreparatie zijn niet toegestaan Evenmin als een vorm van kapsalon. Er dienen op het eigen terrein of in de directe omgeving voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers aanwezig te zijn. Indien dit niet het geval is, dan doet de aanvrager een financiële bijdrage per parkeerplaats in het gemeentelijke parkeerfonds. Reclame-uitingen zijn niet toegestaan, behalve hetgeen op grond van de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening en Welstandsnota mogelijk is. De ontheffing heeft een geldigheidsduur van 5 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel