**1.** Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een opening die de uitmonding is van een voorziening voor:
a. luchtverversing,
b. de afvoer van rook of
c. de ont- en beluchting van een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliën.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.17 › Paragraaf 3.17.1
Artikel 3.115
Openingen
Onderdeel van Bouwbesluit 2003