**1.** Ten minste het in tabel 4.20 aangegeven deel van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied,
**2.** Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 24 m2 aan verblijfsgebied.
**3.** Een gebruiksfunctie heeft ten minste een verblijfsgebied met een vloeroppervlakte van ten minste de grenswaarde die is aangeven in tabel 4.20.
**4.** Ten hoogste 35% van de totale vloeroppervlakte aan verblijfsgebied als bedoeld in het eerste lid, is gemeenschappelijk verblijfsgebied, op voorwaarde dat:
a. ten minste 24 m2 niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied is, of
b. ten minste 18 m2 niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied is en ten minste een gemeenschappelijk verblijfgebied een vloeroppervlakte heeft van ten minste 18 m2.
Op het gemeenschappelijke verblijfsgebied zijn uitsluitend woonfuncties aangewezen.