**1.** Alvorens een begrotingswijziging wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan, voorzien van een toelichting en een raming van de verschuldigde bijdragen, toe aan de raden van de gemeenten.
**2.** De raden van de gemeenten kunnen het dagelijks bestuur binnen een periode van twee maanden van hun gevoelen doen blijken.
**3.** Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk na sluiting van de in het tweede lid bedoelde periode de opmerkingen van de raden, de begrotingswijziging en eventueel voorzien van een nota van wijzigingen, ter vaststelling toe aan het algemeen bestuur.
**4.** Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging terstond na vaststelling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten
**5.** Het bepaalde in artikel 17, zesde lid, laatste volzin en zevende lid is van overeenkomstige toepassing.