Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling IJsselmeergroep 2009

1. Het algemeen bestuur bestaat, uit door de raden van de gemeenten uit hun midden — de raadsvoorzitter inbegrepen — en uit de wethouders, aan te wijzen leden. Elke raad wijst hiertoe twee leden aan en tevens twee plaatsvervangende leden. 2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is, onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de Wgr, onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar of werknemer aangesteld door of vanwege een gemeente of het werkvoorzieningschap, met uitzondering van onderwijzend personeel. Met een ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die op arbeidscontract naar burgerlijk recht werkzaam zijn. 3. 3.Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de raden afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden van de gemeenten de nieuwe leden hebben aangewezen. 4. 4.De raden van de gemeenten beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de nieuwe leden en de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur. 5. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden na het bekend worden daarvan. 6. 6.De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, als mede de raad die hen heeft aangewezen, in kennis.

Rechtspraak bij dit artikel