De directeur, de adjunct-directeur en de afdelingsmanagers vormen het coördinatleoverleg.
De directeur is voorzitter van het coördinatieoverleg.
Bij afwezigheid van de directeur treedt de adjunct-directeur op als voorzitter van het coördinatieoverleg. Ingeval van afwezigheid van een lid van het coördinatieoverleg anders dan de directeur wordt zijn plaats ingenomen door de door het college aangewezen plaatsvervanger.
De voorzitter van het coördinatieoverleg stelt de vergaderdata en de agenda voor de vergaderingen van het coördinatieoverleg vast. Ieder lid van het coördinatieoverleg kan zaken voor plaatsing op de agenda bij de voorzitter indienen en de voorzitter verzoeken in bijzondere omstandigheden een extra vergadering bijeen te roepen. De voorzitter zorgt er voor, dat de agenda en bijbehorende stukken worden gereed gemaakt en ten minste twee dagen voor de vergadering in het bezit zijn van de leden van het coördinatieoverleg.
Als de agenda daarvoor aanleiding geeft, nodigt de voorzitter andere dan de in het eerste lid bedoelde leden uit om aan een desbetreffende vergadering van het coördinatieoverleg deel te nemen.
De directeur neemt, gehoord de meningsvorming binnen het coördinatieoverleg, de vereiste besluiten en draagt de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de besluitvorming.