In aanvulling en in afwijking op het bepaalde in artikel 5 houden Burgemeester en Wethouders bij hun beslissing op aanvragen om stimuleringsleningen en bijdragen zo nodig rekening met:a. de prioriteit die het treffen van de voorzieningen in het kader van de stedelijke vernieuwing heeft;b. de cultuurhistorische waarde van het pand;c. de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand, mede in relatie tot zijn omgeving;d. het huidige en toekomstige gebruik van het pand;e. de wijze van exploitatie van het pand.