Het in artikel 1 bedoelde “basis”vakantieverlof zal voor de ambtenaar of werknemer die vóór 1 januari 1998 in dienst is getreden worden verhoogd:
over het kalenderjaar, waarin de ambtenaar of werknemer de leeftijd van 30 jaar bereikt alsmede over de daaropvolgende kalenderjaren, met 7,2 uren;
over het kalenderjaar, waarin de ambtenaar of werknemer de leeftijd van 40 jaar bereikt alsmede over de daaropvolgende kalenderjaren, met 14,4 uren;
over het kalenderjaar, waarin de ambtenaar of werknemer de leeftijd van 45 jaar bereikt alsmede over de daaropvolgende kalenderjaren, met 21,6 uren;
over het kalenderjaar, waarin de ambtenaar of werknemer de leeftijd van 50 jaar bereikt alsmede over de daaropvolgende kalenderjaren, met 28,8 uren;
over het kalenderjaar, waarin de ambtenaar of werknemer de leeftijd van 55 jaar bereikt alsmede over de daaropvolgende kalenderjaren, met 36 uren;
over het kalenderjaar, waarin de ambtenaar of werknemer de leeftijd van 60 jaar bereikt alsmede over de daaropvolgende kalenderjaren, met 43,2 uren;
voor de ambtenaar of werknemer van 18 jaar en jonger wordt het verlof verhoogd met 21,6 uren, voor de ambtenaar of werknemer van 19 jaar wordt het verlof verhoogd met 14,4 uren, voor de ambtenaar of werknemer van 20 jaar wordt het verlof verhoogd met 7,2 uren.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Vakantieregeling voor het personeel, in dienst van de gemeente Urk 1998