In deze verordening wordt verstaan onder:a. bebouwde kom; gebied dat door aaneengesloten, dan wel op korte afstand van elkaar gelegen, bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven;b. geurbelasting: waarde van de geurhinder ter plaatse van de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object, berekend met het verspreidingsmodel ‘V-Stacks vergunning’, uitgedrukt in aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 ‘Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’, uitgaande van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie, inhoudende dat de - met een verspreidingsmodel - berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden (ouE/m3);c. geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; °d. veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;e. wet: Wet geurhinder en veehouderij.