**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel;
inkomen:
**2..** Het bruto-inkomen van de gehandicapte, indien de gehandicapte 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 tot en met 7 van de Wet;
gezamenlijk bruto-inkomen van de ouders of pleegouders van de gehandicapte, indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 tot en met 7 van de Wet;
het gezamenlijk bruto-inkomen van de gehandicapte en zijn echtgenoot, indien de gehandicapte een echtgenoot heeft of deze als zodanig wordt aangemerkt in de zin van artikel 1, lid 2 tot en met 7 van de Wet.
**3..** Tot het inkomen wordt gerekend:
het in het jaar genoten bruto-inkomen uit tegenwoordige dan wel vroegere arbeid;
het in het jaar genoten bruto-inkomen uit sociale verzekeringswetten;
alle overige in het jaar genoten bestanddelen van het onzuiver inkomen, zoals bepaald krachtens de Wet Inkomstenbelasting 2001.
**4..** Het bruto-inkomen wordt verminderd met de daarover verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies, behoudens de nominale premie zieketekostenverzekering.
woonwagen: een wagen als bedoeld in art. 1 van de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98);
standplaats: een standplaats op een centrum als bedoeld in art. 2 van de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98) of een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel H van de Woningwet (Stb. 1991, 439);
woonschip: een vaartuig als bedoeld in art. 1 van de Wet op Woonwagens en Woonschepen;
ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen;
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een briefadres is ingeschreven.
gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken en ruimten die onder het gehuurde vallen en/of waarvan de gehandicapte gebruik moet kunnen maken;
woonruimte-aanpassing: ingreep van bouw- of woontechnische aard, die gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen danwel beperkingen als gevolg van gedragsproblemen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte, met dien verstande, dat bij ingrepen van bouw- of woontechnische aard slechts het opheffen of verminderen van ergonomische beperking als aanpassing wordt aangemerkt en waarvan de kosten een bedrag van € 45.378,02 niet te boven gaan.
ergonomische beperkingen: beperkingen, die rechtstreeks worden ondervonden als gevolg van beperkingen van de gehandicapte in een woonruimte voor wat betreft haar bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid, welke ten gevolge van de bouwkundige en woontechnische opzet van de woonruimte of van haar ligging in een woongebouw niet afdoende kunnen worden ondervangen.
wet: de Wet voorzieningen gehandicapten.
financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening, welke kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte.
forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens, die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens.
gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens.
eigen bijdrage: een door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag, dat bij de verstrekking van:
een voorziening in natura betaald moet worden;
een financiële tegemoetkoming in de kosten van een voorziening op de voor vergoeding in aanmerking komende kosten van die voorziening in mindering moet worden gebracht en op welk bedrag de bepalingen van het “Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten” van toepassing zijn.
voorziening in natura: een voorziening die in eigendom of in bruikleen wordt verstrekt.
norm-inkomen: het netto-inkomen berekend met inachtneming van het bepaalde in het “Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten” zoals dat besluit luidt op de datum waarop de aanvraag om een voorziening is ingediend.
normbedrag: een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding.
auto-aanpassingen: voorzieningen die voor de gehandicapte niet algemeen gebruikelijk zijn en gericht zijn op het opheffen/reduceren van diens ergonomische belemmeringen/beperkingen opdat de gehandicapte zelfstandig danwel als passagier gebruik kan (blijven) maken van de eigen (aan te schaffen) (rolstoel)auto c.q. rolstoeltoegankelijke auto.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening voorziening gehandicapten gemeente Urk