De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder b en c wordt geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van ergonomische beperkingen geen aanleiding bestond;
ten behoeve van de gehandicapte korter dan 10 jaar na het moment van verstrekking een woonvoorziening bij of krachtens de WVG en RGSHG is verstrekt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.7
Frequentie van woonruimte-aanpassingen
Onderdeel van Verordening voorziening gehandicapten gemeente Urk