Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Begrafenisrechten

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2011

Voor het begraven van een lijk is verschuldigd indien het begraven geschiedt: in een bijzonder graf €  363,10 in een eerste klas graf €  363,10 in een tweede klas graf €  363,10 Voor het begraven van een asbus is verschuldigd indien het begraven geschiedt: in een bijzonder graf €  211,45 in een eerste klas graf €  211,45 in een tweede klas graf €  211,45 in een graf op het urnenveld € 211,45 in een kindergraf € 211,45 Het in het eerste lid genoemde recht wordt tot een vierde verminderd, indien het betreft het begraven in het ouderlijk graf van een lijk van een kind beneden het jaar, en tot de helft, indien het betreft een lijk van een kind van één tot beneden de 12 jaren. Voor het begraven van een lijk van een kind beneden de 12 jaren in een kindergraf is verschuldigd € 211,45 Voor het begraven van een lijk van een levenloos geboren kind of vrucht in een kindergraf is verschuldigd € 211,45 Voor het opgraven en herbegraven van een lijk of van een asbus voor zover dit niet plaats vindt krachtens rechterlijk bevel, is verschuldigd het dubbele van het tarief voor het begraven een lijk of de asbus in de klasse waarin het herbegraven vindt. Voor het opgraven van een lijk of van een asbus, voor zover dit niet plaatsvindt krachtens rechterlijk bevel, is verschuldigd het dan geldende tarief voor opgraving van het lijk of de asbus in de klasse die de opgraving betreft.

Rechtspraak bij dit artikel