1 In deze verordening wordt verstaan onder
a de wet : de Wet werk en bijstand
b de alleenstaande : de ongehuwde van 27 jaar of ouder die geen tot zijn last komende
kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad, of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
c alleenstaande ouder : de ongehuwde van 27 jaar of ouder die de volledige zorg heeft voor een of
meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad, of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
d gehuwd : een persoon die gehuwd is en 27 jaar of ouder is;
e alleenwonende alleen- : de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn
staande hoofdverblijf heeft;
f medebewoner : de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning ook een ander
zijn hoofdverblijf heeft;
g kind : het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;
h ten laste komend kind : het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de
gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;
i thuisinwonend kind : de medebewoner, die evenals de huurder of de eigenaar van een woning
in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en die het onder g. bedoelde kind is van de huurder of de eigenaar als wel van diens echtgeno(o)t(e);
j schoolverlater : Vervallen: opgenomen in Toeslagenverordening Wet investeren in
Jongeren gemeente Lingewaard.
k belanghebbende : degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
l woning : de categorie verblijfplaats volgens de persoonslijst in de gemeentelijke
basisadministratie (woning, woonwagen en woonschip)
m woonlasten : 1 indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van
het lopende huurtoeslag tijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag verminderd met de door belanghebbende te ontvangen huurtoeslag en/of te ontvangen woonkostentoeslag, vermeerderd met de door belanghebbende verschuldigde kosten van onroerende zaakbelasting, rioolrechten, waterschapslasten en kosten van kleinschalig onderhoud;
2 indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand
omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten per maand, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de kosten van opstalverzekering en het eigenaaraandeel van de onroerende zaakbelasting, de rioolrechten, het eigenaaraandeel van de waterschapslasten en de kosten van kleinschalig onderhoud, verminderd met de eventueel te ontvangen woonkostentoeslag.
n netto minimumloon : het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a,
van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag, verhoogd met aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel ziekenfondspremie;
2 Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 27 jaar of ouder die met een persoon van 21 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad, of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.
Met gehuwden worden tevens gelijkgesteld de als partners geregistreerde.
3 Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 27 jaar of ouder die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt;
b uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
c zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het vierde lid.
6 De overige begrippen die in deze verordening voorkomen hebben dezelfde betekenis als in de wet is aangegeven.
hoofdstuk 1
Artikel 1
begripsomschrijving
Onderdeel van VERORDENING toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2011