Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenstelling en lidmaatschap

Onderdeel van Regeling Wmo-adviesraad West Maas en Waal

1.. De Wmo-adviesraad bestaat uit ten minste 7 en ten hoogste 13 leden, onder wie een functioneel onafhankelijke voorzitter. Het college benoemt de leden voor een termijn van vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor eenzelfde periode van vier jaar worden herbenoemd. Het college probeert bij de benoeming de Wmo-adviesraad een afspiegeling van de inwoners van de gemeente West Maas en Waal te laten zijn. 2.. Het college ontslaat leden van de Wmo-adviesraad. 3.. De Wmo-adviesraad gaat na of hij als geheel een juiste afspiegeling vormt van de doelgroepen waarop de negen Wmo-prestatievelden zich richten. Als de Wmo-adviesraad concludeert dat er geen juiste afspiegeling is, overlegt hij met de portefeuillehouder Wmo over eventueel te ondernemen stappen. 4.. Het lidmaatschap van de Wmo-adviesraad is niet verenigbaar met het lidmaatschap van: de gemeenteraad; een andere binnen de gemeente West Maas en Waal ingestelde adviescommissie; de besturen van door de gemeente gesubsidieerde instellingen die een belang hebben bij het gemeentelijk beleid voor de Wmo of die zijn betrokken bij de uitvoering van dat beleid. 4.. De leden van de Wmo-adviesraad zijn geïnteresseerde inwoners van de gemeente West Maas en Waal. De leden hebben kennis van en/of zijn ervaringsdeskundige op het vlak van één of meer van de prestatievelden genoemd in artikel 1, sub g, van de Wmo. Zij moeten voorts passen in de profielschets die het college hanteert voor de benoeming van de leden. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en verrichten hun werkzaamheden zonder last of ruggespraak. 5.. Het lid dat ophoudt te voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap zoals in deze regeling of het huishoudelijk reglement gesteld, treedt op dat moment af. 6.. De leden kunnen tussentijds opzeggen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de Wmo-adviesraad, die de opzegging meldt aan het college en maatregelen treft om in de opvolging te voorzien. 7.. Een aftredend lid blijft zo mogelijk zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel