Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Monumentenverordening 1994

1.. Bij een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 5 worden de door burgemeester en wethouders verlangde gegevens overgelegd. 2.. Indien de aanvraag in behandeling wordt genomen, leggen burgemeester en wethouders de aanvraag ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage. Indien in de aanvraag gegevens voorkomen of uit de aanvraag kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding met het oog op de bescherming van bedrijfsgeheimen gerechtvaardigd is, besluiten burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend verzoek van de aanvrager dat die gegevens niet ter inzage worden gelegd. De burgemeester doet kennisgeving van de terinzagelegging op de gebruikelijke wijze en vermeldt daarbij de mogelijkheid om binnen een termijn van twee weken zienswijzen naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders. 3.. Burgemeester en wethouders brengen de aanvraag en de naar voren gebrachte zienswijzen, bedoeld in het tweede lid, terstond ter kennis van de monumentencommissie. 4.. Binnen acht weken na afloop van de termijn waarbinnen een ieder zijn zienswijze naar voren kan brengen, brengt de monumentencommissie haar advies uit aan burgemeester en wethouders. 5.. Burgemeester en wethouders geven binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monu- mentencommissie, doch in ieder geval binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag, een beschikking op de aanvraag om vergunning. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen de in het vijfde lid bedoelde termijn met ten hoogste acht weken verlengen; zij geven de aanvrager daarvan kennis binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn. 7.. Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het vijfde of zesde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 8.. Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van hun beschikking aan de monu- mentencommissie. 9.. Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is bekendgemaakt dan wel van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt ingevolge de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op dat bezwaar en een eventueel ingesteld beroep en hoger beroep is beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel