1.Het is de eigenaar van een woonschip verboden om zonder vergunning van het college met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben op een op grond van artikel 5 van deze verordening aangewezen plaats.
Op grond van de in artikel 5, eerste lid, van deze verordening aangewezen plaats mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van het college.
Voor permanente ligplaatsen worden vergunningen voor onbepaalde tijd afgegeven, voor tijdelijke ligplaatsen vergunningen met een looptijd gelijk aan het bestaan van de tijdelijke ligplaats.
Het college beslist over een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan voor ten hoogste acht weken verlengd worden. De aanvraag dient te gebeuren door middel van een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier. Bij de aanvraag worden in ieder geval als bijlagen gevoegd:
een aanduiding van de ligplaats ten behoeve waarvan de ligplaatsvergunning wordt
aangevraagd;
de na(a)m(en) van de eigena(a)r(en) van het woonschip en een kopie van de
verkrijgingstitel;
de kenmerken van het woonschip, vastgelegd in een tekening waarop duidelijk de
maten van het woonschip zijn vermeld;
het gebruik van de ruimte rondom het woonschip;
de bijbehorende voorzieningen.
Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien:
de ligplaats ten behoeve waarvan de ligplaats wordt aangevraagd niet op de ligplaatsenkaarten is aangegeven;
voor de ligplaats ten behoeve waarvan de ligplaats wordt aangevraagd al een vergunning is verleend;
het woonschip langer, breder, hoger of dieper is dan aangegeven op de ligplaatsenkaart;
het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen twaalf weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats, waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen;
De ligplaatsvergunning vermeldt:
de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats en of dit een permanente dan wel een tijdelijke ligplaats is;
de na(a)m(en) van de eigena(a)r(en) van het woonschip;
de kenmerken van het woonschip;
het gebruik van de ruimte rondom het woonschip;
de bijbehorende toegestane voorzieningen op de wal.
Aan een ligplaatsvergunning kan het college voorwaarden verbinden.