Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Wmo 2010

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder; De wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; Belanghebbende: een persoon met een verstandelijke of lichamelijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem; Beperking: in de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments (ICF) beschreven problemen met lichamelijke, chronisch- psychische of psychosociale aard, die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten op het gebied van: het voeren van een huishouden; het normale gebruik van een woning; het verplaatsen in en om de woning; het verplaatsen per vervoermiddel; of het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden. Mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder b van de wet; Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zondanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoerssystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijk leven; Huishoudelijke voorziening: een voorziening ter ondersteuning bij of ter overname van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een persoon dan wel de leefeenheid waartoe een persoon behoort; Rolstoelvoorziening: een voorziening, waarvan het rijden de primaire functie is en die de belanghebbende in staat stelt zich in en om de woning te verplaatsen; Woonvoorziening: een voorziening die de belanghebbende in staat stelt tot het normale gebruik van de woning, niet zijnde een huishoudelijke- of rolstoelvoorziening; Vervoersvoorziening: voorziening die de belanghebbende in staat stelt zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; Eigen bijdrage: een bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening voor rekening van de belanghebbende komt; Persoonsgebonen budget: een geldbedrag waarmee de belanghebbende een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en daarop rustende regelgeving te stellen regels van toepassing zijn; Budgethouder: een persoon aan wie als gevolg van deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording is verschuldigd over de besteding van het persoonsgebonden budget; Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager; Algemeen gebruikelijk: hetgeen naar in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor de belanghebbende als gangbaar bezit of gangbare uitgaven wordt aangemerkt; Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; Besparingsbijdrage: een door de aanvrager te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de verstrekking van de voorziening door de aanvrager wordt bespaard omdat deze verstrekte voorziening een algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan vervangen; Inkomen: onder inkomen wordt verstaan: Het netto-inkomen, inclusief vakantietoeslag; Het gezamenlijk netto-inkomen, inclusief vakantietoeslag van de belanghebbende en diens partner in de zin van artikel 1 van de wet; Het gezamenlijk netto-inkomen van de ouders of pleegouders, inclusief vakantietoeslag, van de belanghebbende die jonger is dan 18 jaar en geen partner heeft in de zin van artikel 1 van de wet; Norminkomen: De normen, genoemd in de Wet werk en bijstand (WWB) en opgenomen in paragraaf 3.2, artikelen 20 tot en met 23 WWB, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een belanghebbende van 21 jaar en ouder, doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met een toeslag, zoals opgenomen in artikel 25 lid 2 van de WWB alsmede de normen van een alleenstaande of gehuwde, die in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen zoals opgenomen in artikel 23 lid 2 van de WWB. Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de belanghebbende vanaf de toegang tot de woning te bereiken; Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel