De berekeningsbasis voor de toelage is het gemiddelde bedrag dat de ambtenaar over de 24 maanden voorafgaand aan de beëindiging dan wel vermindering aan toelage heeft genoten;
De uitkeringsperiode voor de toelage is gelijk aan het naar boven op een maand afgerond één vierde gedeelte van de tijd waarop de ambtenaar zonder wezenlijke onderbreking de toelage heeft genoten. Aan de uitkeringsperiode is een maximum verbonden van drie jaar;
De hoogte van de toelage wordt bepaald door de uitkeringsperiode in drie gelijke delen te splitsen, waarbij, te beginnen met het eerste deel, afronding naar boven plaatsvindt op een hele maand. De totale periode mag niet worden overschreden. Gedurende deze drie deelperioden bedraagt de toelage achtereenvolgens 75%, 50% en 25%.
De afbouwtoelage treedt in werking op de eerste dag van de maand waarop de toelage wordt beëindigd dan wel verminderd.