Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 16

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening 2010 gemeente Gennep

1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder i, de bodem te verstoren. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft die de grenzen niet overschrijdt die zijn opgenomen in de matrix van ondergrenzen als vermeld in Bijlage 2. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. in een wijzigingsplan, een uitwerkingsplan, een binnenplanse ontheffing, nadere eisen, een projectbesluit, een tijdelijke ontheffing of een buitenplanse ontheffing als bedoeld in de artikelen 3.6, 3.10, 3.22 of 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de archeologische beleidskaart van de gemeente Gennep. een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:• het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of• de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of• in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel