In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet investeren in jongeren;
gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet;
de gemeenten: alle aan de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst
Kromme Rijn Heuvelrug deelnemende gemeenten;
het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling
Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug;
het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling
Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug.
woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand;
woonkosten:
1°. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;
2°. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerend-zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten en het erfpachtcanon;
i basishuur: het bedrag dat voor de vaststelling van het recht op huursubsidie bij een inkomen op bijstandsniveau voor eigen rekening blijft, zijnde het bedrag van de normhuur dat is genoemd in artikel 17 lid 2 van de Wet op de Huurtoeslag verhoogd met het bedrag van de inkomensonafhankelijke eigen bijdrage genoemd in artikel 16 eerste lid van de Wet op de Huurtoeslag
j commerciële huurprijs: de woonkosten ten bedrage van de basishuur als bedoeld in artikel 1 onderdeel i, indien het betreft de woonkosten zoals gedefinieerd in artikel 1 onderdeel h van de verordening.
Indien het om woonkosten gaat, waarin zijn begrepen water- en energielasten, wordt onder commerciële huurprijs verstaan het bedrag waarvan de basishuur 60% is. In het geval van het huren van woonruimte van de ouder(s) door een kind is geen sprake van een commerciële huurprijs, ongeacht de hoogte van de huurprijs.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren RSD 2009