**1..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft, of met één echtpaar dat in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft;
**3..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met twee of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft;
**4..** De toeslag in de situatie waarin drie of meer personen voor gezamenlijke rekening een woning huren en alle kosten daarvan delen, wordt bepaald op 5% van de gehuwdennorm;
**5..** In afwijking van de voorgaande leden bedraagt de toeslag 20 procent van de gehuwdennorm indien de kosten van huur of hypotheek voor de jongere hoger zijn dan de commerciële huurprijs. Bij een niet-commerciële huurprijs wordt de toeslag bepaald op 10%.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3.
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren RSD 2009