**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt, met uitzondering van hetgeen in lid 3 staat vermeld, een verlaging toegepast die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging als bedoeld in het eerste lid op de volgende wijze vastgesteld:
10% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand bij een periode van 3 maanden of korter;
50% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand bij een periode van 3 tot 6 maanden;
100% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand, bij een periode van 6 maanden en langer.
**3..** In afwijking van lid 1 en lid 2 bedraagt de verlaging bij het onverantwoord interen van vermogen:
0% bij een benadelingsbedrag tussen € 0,-- en € 1000,--;
20% van de uitkeringsnorm gedurende 3 maanden indien het benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan € 1000,-- maar minder bedraagt dan € 2000,--;
50% van de uitkeringsnorm gedurende 3 maanden indien het benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan € 2000,--.
Hoofdstuk 4
Artikel 17.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gem Beesel 2010