Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en
buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof,
stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden,
achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding
kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. Het
college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod is niet van toepassing op:
het overeenkomstig deze verordening ter inzameling
aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of
bedrijfsafvalstoffen;
het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval;
voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken
of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het
laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het
verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de
beoogde bescherming van het milieu.
§ 5
Artikel 25
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Onderdeel van Afvalstoffenverordening 2006